Visreis Noorwegen, visvakantie IJsland, visreizen & overtochten

Nappstraumen visreis 2021 Johan

Nappstraumen  visreis 2021

Kort na onze vorige trip in 2017 waren we het er al op het vliegtuig richting thuis roerend over eens: wij keren sowieso nog eens terug naar Nappstraumen – toch echt een toplokatie in het Cordes Travel-pretpakket!  “Wij” dat is ons vaste clubje met broers Peter en Tim, Jurgen en mezelf. De boeking werd gemaakt voor 2020 maar die werd om voor de hand liggende redenen (waar we verder geen woorden meer aan vuil zullen maken) uitgesteld naar 2021.

Intussen hadden we ook nog eens twee kookouders op de kop kunnen tikken: “Skippy” Werner en zijn Suske gingen mee om ginder van de rust en de stilte te genieten (vooral Skippy dan, gezien die aan één kant dover is dan de potten die hij in de keuken gebruikt) maar daarnaast om ervoor te zorgen dat wij ‘s avonds na een lange visdag niet nog eens zelf zouden moeten koken of naar de winkel rijden.  En dat slechts in ruil voor eeuwige vriendschap – we zouden wel gek zijn om daarvoor te passen!

Ons reisschema werd vooraf enkele keren overhoop gehaald (toch handig dat Raffie en Linda een rechtstreekse lijn met de luchtvaartmaatschappij hebben om alles geregeld te krijgen) maar uiteindelijk zouden we in vier stappen en twee dagen in Leknes geraken: Brussel – Kopenhagen (met een tussenstop van zeven uur maar hoera: wél met een streekbiercafé op de luchthaven!) – Oslo – Bodø en dan woensdag kort voor de middag aankomen in Leknes Airport.  Het moet gezegd: alles verliep zéér vlot. Van inchecken tot bagage ophalen, van coronapaspoort-check tot identiteitskaartcontrole: nergens moest lang gewacht worden.  Kudos aan de Cordeshians!

Visgids Daniel stond ons op te wachten met een ruim bestelbusje en dito aanhangwagen.  Snel even langs de supermarkt, koffers in het huis knikkeren en gelijk het water op natuurlijk – we hadden toch een extra halve dag om te vissen: hoe heerlijk was dat!  Ok, je moet er een uurtje vroeger voor uit de veren en veel duur bier voor drinken in Kastrup Airport maar dat ‘leed’ was gauw vergeten…

Helaas wilden de weergoden niet echt meewerken en stond er een behoorlijk pittig windje.  Op zich hoeft dat niet erg te zijn: in Nappstraumen kan je 99% van de tijd vissen tenzij er een klein orkaantje uitbreekt.  Vis zwemt er toch overal – er vallen dikke pladijzen te vangen in het fjord zelf maar ook tref je er kabeljauw aan en bestaat er altijd de kans op zo’n schattig heilbotje van twee meter.

Kapitein Peter zette flink koers richting zuiden.  In geen tijd zaten we redelijk goed beschut tegen de wind de eerste koolvissen te kietelen (hoewel we ze niet hebben horen lachen).  Zo was alvast de ergste vishonger gestild en keerden we terug naar het basiskamp om iets in de knorrende maag te stoppen.  Een flinke portie huisbereide spaghettisaus deed hiervoor meer dan prima dienst.

Donderdag begon veelbelovend met stralende zon maar we zagen een aantal vlaggen flink wapperen in de wind en voelden we de bui al wat hangen.  Opnieuw richting het zonnige zuiden dan maar!  Daar waaide het ook maar ach: we konden vrolijk vissen.  Andermaal kwam er redelijk wat koolvis naar boven – maar ook die lelijke lommen vonden ons kunstaas aantrekkelijk.  Een verloren gezwommen roodbaarsje kwam ook nog even gedag zeggen alvorens weer de diepte op te zoeken.  Die diepte opzoeken deed ook het topdeel van Jurgens hengel (die hij van me geleend had): een vastgelopen pilker, een verwoede poging om weer los te geraken en “floep!” zei de hengeltop om richting bodem te verdwijnen.  Ach, geen leed dat niet met een bakje Westvleteren vergeven en vergeten kan worden.

Rond vier uur waren onze respectieve pijpjes wel meer dan uit en zette Peter weer koers naar huis.  Hier zou Skippy ons eens leren hoe een paella moest smaken – hij had hiervoor zelfs special een grote pan van thuis meegezeuld.  Wat hij echter niet had meegezeuld, was zijn kruidenmix of toch de juiste verhouding hiervan.  Wij snappen natuurlijk allemaal dat niet iedereen het Noors tot in de puntjes machtig is, maar als je “konsentrert” ‘(of zoiets) op je bouillonflesje ziet staan, was het wellicht slimmer geweest er niet gelijk vijf van die dingen in te gooien. Kort verhaal lang: de (inkt)vis en de kip was eetbaar.  De rijst hebben we aan de visgidsen gegeven zodat zij deze winter de hele accommodatie in geen tijd ijsvrij kunnen maken (én houden gedurende drie weken).  Ach ja, niks wat één of meerdere blikjes Isbjørn niet kan wegspoelen.

Wij Belgen dragen al eens eieren naar de Clarissen wanneer we goed weer nodig hebben.  Maar wat lusten die Noorse goden eigenlijk?  Thor en Odin waren duidelijk niet gediend van onze paëlla en lieten het merken:  vrijdag stond er een dermate harde wind dat het niet mogelijk was om uit te varen, zélfs niet naar de nabij gelegen schollenstekken!  Hoofd buitensteken betekende hollen achter je petje.

Om de een of andere reden leek niemand daar echt ongelukkig over: de heenreis zat duidelijk nog in onze kleren en menig uiltje werd geknapt.  Dat was buiten visgidsen Daniel en Calle gerekend want die jongens houden het weer wel van erg kortbij in de gaten: kort na het middageten dan toch groen licht: fish on!  Maar wel met de ondertoon: ga niet gelijk op volle zee – blijf in het fjord.  Zo driftten we toch een paar keer op en neer bij de “gloryhole” en werd een leuke kabeljauw nog verleid door mijn roze Halibandit.  Toch een paar uurtjes gevist en uitgewaaid weer naar Bistro Chez Skippy voor een heerlijk maaltje steak met champignons wat ons de paella van de dag daarvoor deed vergeten (of toch bijna).

Zaterdag begon opnieuw winderig en niet alleen omwille van de ui in de champignonsaus. Gelukkig kwam Daniel met goed nieuws: de namiddag beloofde veel goeds en hij ging mee als visgids.  De voormiddag gebruikten we om onze pladijslijntjes eens uit te testen maar de schol lag helaas nog te slapen.  Geen nood: na een lekker verse kop soep konden we Daniel verwelkomen op de boot en zetten we koers naar buiten.  Omdat het toch nog vrij hard waaide en er een stevige deining stond, werd eerst uitgeweken naar een baai waar we goed beschut zaten tegen de wind. “Kans op heilbot” orakelde onze gids.
Dat hebben de schoepstaarten van onze crazy daisies geweten: drie maal hapte – wellicht – een heilbot ze eraf, zonder gehaakt te worden echter.  Mijn roze halibandit werd enkel weer door een lokaal gulletje gesmaakt.  Wel moesten we even héél snel onze lijnen weer indraaien omdat er een dolfijnkalf op twee meter van de boot kwam langszwemmen.  Blij dat die geen shads lust.

De wind luwde en Daniel zette vervolgens koers naar een kabeljauw- en heilbothotspot vijf minuutjes naar het westen.  Het begon rustig : een paar gulletjes, lelijke lommen en de gebruikelijke koolvissen passeerden de revue tot Jurgen plots dacht: “Hé, ik hang vast!” om vervolgens te ondervinden wat voor een kracht een heilbot van een meter heeft.  Wij wisten niet dat Jurgen zo veel kleuren rood kon krijgen maar hij haalde de heilbot na enig weerwerk mooi boven.  Enkele minuten later was het de beurt aan Tim om met zijn eerste heilbot op de foto te mogen. Geslaagd dagje vissen dus – twee heilbotten en behoorlijk wat kabeljauw en zowaar ook nog een aantal aardige lengen mee om te fileren en in te vriezen voor het thuisfront.  Een heerlijk vissoepje later en een pilsje of drie verder konden we weer zoete droompjes dromen.

De zondagochtendzon kondigde mooi weer en een kalm zeetje aan.  Opnieuw werd koers naar het noorden gezet en gingen op ongeveer dezelfde stek als zaterdag op jacht maar de vis had geen trek – ook niet omdat er nauwelijks stroming stond. Omdat we niet zo gek ver lagen van een stek waar we in 2017 goed hadden gevangen, trokken we die kant uit om op de koffie bij het plaatselijke visbestand te gaan.  Goeie keuze!  De kabeljauwen vlogen om de oren – bijna elke drift was raak, zowel op shads (sommige crazy daisys hingen ‘s avonds helemaal aan flarden) als op pilkers met een aasvis.  Opnieuw kwamen er ook weer lengen boven.

Op een kortstondig dood moment vertrouwde Tim me toe dat hij heel graag met zijn Westin viste – jammer dat deze een centimeter of twintig te lang was.  Dat wist hij jammer genoeg op te lossen door er veertig vanaf te doen bij het loswrikken van een vastgelopen pilker.  “Krak!” zei de paddenstoel…  Gelukkig had hij er twee bij.
Een vispannetje in tomatensaus bracht gelukkig wat troost samen met de bak vol vis die we weer naar Basecamp Nordic Sea Angling konden brengen.

Maandag was nagenoeg windstil en vooral: heerlijk zoning!  We zouden visgids Calle volgen naar de wat verder gelegen stekken – dinsdag werd immers opnieuw ruw weer voorspeld, dus moesten we ervan profiteren.  Een klein uurtje later bracht Kapitein Peter ons naar een mooie stek met erg veel onderwaterbergjes.  Opnieuw was het hier bijna elke drift volle bak vis vangen.  Af en toe kwam ook meldingen op de radio met “halibut!” of “halleflundra!” gevolgd door wat centimeters.  Zelf viste ik voornamelijk met een bananenpilker met een dreg en assisthook, en daarop een dood koolvisje gemonteerd.  Omdat ik soms ook niet de beroerdste ben, hielp ik Jurgen om zijn pilker op dezelfde manier op te tuigen…

Geen tien minuten later: bam! Een flinke halleflundra had wel trek in een maaltje koolvis en opnieuw bewees Jurgen dat een menselijk gezicht meerdere kleuren tegelijk kan krijgen.  Vanuit de diepte kwam Harry Heilbot naar boven maar hield zijn mondje wijselijk dicht zodat die niet gelijk gegaft kon worden.  Een nieuwe duik naar beneden volgde.  “Stay strong, Jurgen!” luidde het advies over de radio.  Enkele minuten later besloot de vis dat het mooi geweest was en tijd voor een selfie met zijn vanger.  De meter gaf “135” aan en Jurgen besloot om eerst toch maar een half uurtje pauze te nemen.

Mijn anti-twist montage leverde geen heilbot op maar wel een kneiter van een lom. Ding-dong!  Naar het schijnt zijn die ook lekker (om vissatés van te maken) maar ze zien er toch zo onsmakelijk uit. Veel vis zouden we niet meer meenemen die dag – op vijf flinke koolvissen en vijf kabeljauwen na.  De terugvaart van een uur was welgekomen en we konden genieten van een prachtige halo rond de zon en langsvliegende Jan-van-Genten.  Op het menu stond ‘s avonds “toeftoef” (zeg maar surf-and-turf) van rendier- en walvissteak.  Zoals het grapje gaat: heel lekker maar wel grote porties.

De Noorse Armand Pien (voor de Nederlanders: Jan Pelleboer) had zich niet vergist: dinsdag zou geen grootse visdag worden.  We konden op advies van de visgidsen wel net de Gloryhole in maar zeker niet uit.  Er stond al een pittige bries maar die zou tegen 14:00 op volle kracht zijn.  Toch maar even een pladijslijntje uitgooien of driften op heilbot – beide hoorden tot de mogelijkheden.  Peter ving met zijn wedstrijdmontage / naaigarnituurtje twee hele mooie scharren (van het formaat waarmee je in België of Nederland een viswedstrijd wint) en Tim haalde er nog een kabeljauwtje uit.  Op de fishfinder meldde zich evenwel nog een heilbot die de shad van Tim (of wat daar nog van restte) helemaal naar de filistijnen beet.

Om tien uur echter merkten we al dat de wind flink aantrok en in geen tijd werd het behoorlijk woelig op het water.  “Tijd om in te pakken, jongens” vond Peter en dat moest hij geen twee keer zeggen.  De Gloryhole is een enorme trechter waar het kan spoken – hier hadden we geen half uur moeten treuzelen.  Het werd een hobbelige terugvaart – beetje vergelijkbaar met de boomstammetjes in eender welk pretpark maar dan met minder lange wachtrij.

Tot zover dus onze visvakantie.  Maar we wilden uiteraard wel in schoonheid afsluiten: of Calle en Daniel “kibbeling” kenden?  Dat bleek niet het geval te zijn maar dat hebben we intussen verholpen.  De kibbeling-mix van Jean-Sur-Mer die we hadden meegebracht, viel in de smaak, net zoals Peters versgemaakte tartaar (“doekerin” voor de kenners).  Bij wijze van cadeautje hadden we ook Belgische chocolade en whiskey mee, wat werd bijzonder op prijs gesteld werd.

Woensdagochtend iedereen vroeg op het appél want om 7:20 steeg ons vliegtuig op en klokslag vijf uur ‘s avonds stonden we op de tarmac van Zaventem. Andermaal weer een erg vlotte trip zonder noemenswaardige problemen.

Conclusie?  Qua weer hebben we het niet onder de markt gehad, zeker niet in vergelijking met de vorige twee edities: we zijn slechts een paar keer langs de noordkant kunnen gaan vissen, maar dan was het ook wel goed raak (intussen kennen we de betere stekken wel en een visgids aan boord of in de buurt is ook altijd een grote toegevoegde waarde).
De vakantie zelf was uiteraard een voltreffer: vlotte vluchten, geen ellende met koffers of coronatoestanden en uiteraard de kameraadschap van mensen die je toch al even kent.  Meng dat met wat blikken ijskoude Isbjørn en je hebt een onvergetelijke week – én een pak extra ervaring om te delen op de aanstaande Cordes Traveldag 😊

Groetjes,
Johan